The Corona Times 1

Gisteren ben ik vanuit Maastricht gaan fietsen het was minder fraai lenteweer en er was ondanks het beperkte autoverkeer toch nog een vieze lucht. Toen ik de grens bij Smeermaas naderde stond daar een motoragent die mij vroeg naar mijn reisdoel. Op een onvriendelijke manier legde hij uit dat recreatieve activiteiten geen geldige reden waren de grens over te steken. Dit had ik niet verwacht. Het had iets beangstigends, het maakte extra voelbaar wat er aan de hand was en ook absurd. Ineens waren we mensen van elkaar gescheiden, staatsburgers met verschillende regels. De Belgen mochten wel de grens over, de Nederlanders niet. Zij hadden waarschijnlijk een lock-down, wij (nog) niet, we waren opeens geen Europese burgers, dat was voorbij. En wat bepaald niet beviel hoe het gezag zich ineens liet gelden, zonder pardoes, niet aan te ontkomen. Ik vatte het sportief op en gaf meteen met veel begrip gehoor.
Ik kon het niet laten om de andere kant van de grens op te zoeken om daar met eigen ogen te zien wat daar aan de hand was. Ik was onbewust op zoek naar een zelfde ervaring van blauwe lichten, een onvriendelijke motoragent. Daar bij Kanne was de grens wél open en kon ik zoals altijd ongehinderd door. Het gaf een extra sensatie en het buitenland voelde aan als een plek waar je niet mocht zijn en toch stiekem door de grens was gekropen voor illegale clandestiene activiteiten. België leek opeens meer België, ook daar dezelfde aanblik doodse straten. Wat mij opbeurde was dat de plaatselijke bakker open was. De gebakjes kon je vanaf de straat zien liggen, ze zagen er nog mooier uit dan anders maar ook een beetje vreemd. Zijn gebakjes nu wel zo gepast? Gebakjes vraagt om gezellig samenzijn, straks zou de koning ons toespreken. Gebakjes zouden daar niet gepast bij zijn.